Historische artikelen 1 >

 

Het pastoorsportret

van Pastooor van Houtum

Auteur: Ellen van Meurs, HKD

 

Historische artikelen 2 >

 

Een bijzondere ontdekking te Diemen

De Amsterdamse Balthasar Bescheij (1738-1804)

Auteur: Ellen van Meurs, HKD

 

 

Afb. 1: De bevrijding  van Petrus uit zijn banden, gesigneerd

B. Beschey, gedateerd 1774, olieverf op doek, 174 x 115,5 cm. 

Collectie r.-k. kerk Sint Petrus’ Banden Diemen.

 

 

Een vervolg

  

Alweer elf jaar geleden publiceerde ik voor het eerst over het schilderij De bevrijding van Petrus uit zijn banden in onze rooms katholieke kerk Sint Petrus’ Banden. Ik had toen ontdekt dat het voorheen anonieme schilderij van de hand van B. Beschey, kunstschilder te Amsterdam, was.*1)  (Afb. 1)

Inmiddels staat vast dat het in 2012 gerestaureerde schilderij nog steeds van de hand is van een Balthasar Beschey maar niet van de bekende Antwerpse (1708-1776). Zijn jongere Amsterdamse neef – met dezelfde naam -  van wiens bestaan tot nu toe niemand op de hoogte was, is de maker, zoveel is nu wel duidelijk. Ook het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD)  schreef ons werk bij een bezichtiging toe aan de Antwerpse Beschey.

 

   Hoewel het schilderij dus niet van de hand van de beroemde meester uit Antwerpen is maar van zijn onbekende neefje, is er bij deze wel een belangrijke kunsthistorische ontdekking gedaan, waarin het Diemense schilderij een cruciale rol speelt. Zowel in het kerkarchief als op het schilderij wordt immers zijn naam vermeld. Hoe dit alles heeft plaats gevonden staat in dit artikel.

 

De onverklaarde zin uit het register

van pastoor Vermeulen (1833 - 1908)

 

  “Eerw. Heer Boom, debet aan B. Beschey, kunstschilder te Amst., aan ’t orgel en drie schilderijen ƒ 91.*2)

   De afkorting Amst. Begreep ik destijds niet. Er was immers maar één Balthasar Beschey en die woonde in Antwerpen. Ik dacht dat het een verschrijving of vergissing was. Maar toen zocht Marianne Hallewaard, die ik voordien niet kende, contact met mij. Zij had op de site van het bisdom Haarlem mijn oproep voor financiële steun voor de restauratie van het schilderij gelezen. Daarbij had ik Balthasar Beschey als kunstschilder te Amsterdam genoemd. Zij deed genealogisch onderzoek naar haar voorouders en was daarbij eveneens gestuit op ene Balthasar Beschey, kunstschilder te Amsterdam. Verder had zij geen gegevens dus wij besloten samen verder onderzoek te doen. Zij had immers geen oeuvre voor haar voorvader en ik had geen biografische gegevens, dus dit sloot naadloos op elkaar aan.

 

    Voor het gemak noemden wij de Antwerpse Beschey BB1 en de Amsterdamse BB2.  Al snel bleek dat de Amsterdamse Beschey een neef was van de Antwerpse. Hij was de zoon van zijn broer, Jozef Hendrik Beschey.*3) Na negen jaar in de leer geweest te zijn bij de Antwerpse Balthasar Beschey en diens broer Jacob Andries, kwam hij naar Amsterdam.*4)   Nadat hij poorter was geworden schreef hij zich op 4 april 1767 in als lid in van het Sint Lucasgilde te Amsterdam en in hetzelfde jaar werd hij ook meester.*5)  Bij zijn gegevens staat verder dat hij K.s. (kunstschilder) is en in de kolom ‘bedankt’ staat: doot 1804.*6)

 

   De raadselachtige zin vermeldt tevens aan ’t orgel en drie schilderijen.*7)  

De  laatste zijn niet teruggevonden, het orgel wel, te Kabbendam,*8) Zie afb 2 en 3.

-------------------------

*1) Afb. 1

*2) Inventaris van het archief vab de R.K. Parochie St. Petrus’ Banden te Diemen 1739-1981. Tieleke Stibbe,    

  Gemeentarchief Amsterdam (GAA) 1999, nr. 93, op p.33: 1769….Nr. 93: Register op de oude documenten,

  besloten in een eikenhouten Kistje, voorkomende op de inventaris der Kerk, archief.

*3) Stadsarchief Antwerpen (SAA), Notaris Corvers, N 631, f. 24-7, 25 januari 1755, testament.

*4)  Toen hij in 1763 trouwde met Francisca Theresia van den Eersten, woonde hij nog in Antwerpen.

      De Antwerpse Balthasar Beschey is als peetoom getuige bij hun huwelijk. SAA, klapper huwelijk OLV kerk

      Zuid 355, 176. En GAA (Doop, trouw en begraven (DTP) 1262 1262, f. 164-5.

*5) Gemeentearchief Amsterdam (GAA) poorterboek 24, f. 42.

*6)  GAA, Sint Lucasgilde, toegangsnr. 366, inventarisnr. 1407,  39.2 meesterboek,  f. 7.  K.s.: kunstschilder. Doot 1804.

*7) Zie noot 1. In deze bron wordt de naam Blötz met een s geschreven.

*8). Diepen, 2010, p. 95-99.

 

 

Afb. 2 :

In 1765 bouwde Hendrik Blötz een eenklaviers balustradeorgel met

tien registers voor schuilkerk Sint Petrus’ Banden te Overdiemen.

In 1787 is het orgel naar voormalig schuilkerk De Hoop in Diemen-C.

verhuisd en vervolgens in 1911 verkocht aan de Gereformeerde kerk

in Krabbendam.

Foto uit Otto Dijkhuizen: Orgels in schuren en kerkjes

in Noord-Holland (Kabbendam),

Apeldoorn 2006

 

 

Afb. 3:

Detail. De Amsterdamse Beschey heeft in 1769 te Overdiemen aan de decoratie van dit orgel gewerkt

 

 

Portret De Clercq/Stockelaar

 

   Toen ik in 2009 ontdekte wie waarschijnlijk de maker van ons schilderij was ging ik ter vergelijking op zoek naar ander werk van Beschey in het Rubenianum in Antwerpen*9) Daarbij stuitte ik op het portret van Pieter de Clercq en Agatha Stockelaar in het Amsterdam Museum, wat was gedateerd 1771 en gesigneerd Balthasar Beschey. Het was het enige bekende werk van Beschey in Amsterdam en omgeving.*10) Omdat het bestaan van een Amsterdamse Balthasar Beschey nog niet bekend was en de Antwerpse nog leefde – hij stierf in 1776 – werd dit schilderij aan de Antwerpse Beschey toegeschreven.

____________________ 

 

*9) Daar aanwezig: Smolders, Frans: Balthasar Beschey, Antwerps Kunstschilder 1708-1776,

niet gepubliceerde doctoraalscriptie uit 1973 voor het Kunsthistorisch Instituut Antwerpen.

*10) Middelkoop 2002/2003, nr. 87, p. 223-4.

 

 

Afb. 4:

Gedateerd Balthazar Beschey 1771. Olieverf op paneel, 52 x 67 cm.  

Op de achtergrond katoendrukkerij Het Torentje aan de Amstelveenseweg,

waarvan Pieter directeur was.

Amsterdam Museum, Amsterdam.

 

   Nadat ik had vernomen dat er inderdaad een Amsterdamse Balthasar Beschey bestond heb ik in 2012 via de website van het Amsterdam Museum contact gezocht met de familie De Clercq, in persoon Daan de Clercq, om te informeren of er gegevens omtrent de opdracht voor dit schilderij in de familie aanwezig waren. Helaas was dit niet het geval. Het echtpaar De Clercq/Stockelaar had een katoendrukkerij aan de Amstelveenseweg die, samen met hun woonhuis, bij het beleg van Amsterdam in 1787 door de Pruisen als hoofdkwartier werd ingericht en goeddeels door hen werd geplunderd bij vertrek .

*11) Misschien dat daardoor betrekkelijk weinig archiefstukken zijn overgebleven.

 

Grisaille, Prins Hendrikkade 144

   Meer geluk had ik toen ik naar een lezingenavond over 18de eeuwse interieurkunst ging in Spui 25 te Amsterdam op 15 oktober 2012. Daar sprak ik Richard Harmanni, specialist op dit gebied, die wist van een grisaille uit 1783 van Balthasar Beschey die in de zaal hing van Prins Hendrikkade 144, nu hotel The Library. Hij mailde me naderhand dat over dit schoorsteenstuk wordt geschreven in de, in 1928 verschenen, Voorloopige Lijst van Monumenten en Kunst, deel  V, Amsterdam, daar als een voorstelling  van de vier jaargetijden.  Deze grisaille, grauwtje genoemd, hing in een gesneden lijst aan de boezem van de witmarmeren schoorsteen in de zaal van een pand gelegen aan de Buitenkant, zoals de Prins Hendrikkade destijds heette,*12) en het was gemerkt: B. Beschey Pinxit 1783

 

*14) Vanwege dit jaartal kan de grisaille alleen maar van de hand van de Amsterdamse Beschey zijn. De Antwerpse stierf immers in 1776.

 

   Tussen 1956 en 1967 is de grisaille uit het pand verdwenen, zonder dat er een afbeelding bewaard is gebleven.*13)  Op 14 januari 1957 is het pand bij een huizenveiling in Frascati verkocht aan Jan Baneke, makelaar-koper.*14) Vanwege deze overname is er op 1 december 1956 door makelaar Cornelis Langedijk een taxatierapport opgesteld (zie afb. 5) van onder meer de grisaille, die daarin getaxeerd werd op ƒ 750,-.

 

De grisaille stelde spelende cupido’s voor (die dus blijkbaar de vier jaargetijden uitbeelden) en was geëncadreerd in een gestoken en gebeeldhouwde antieke houten lijst (Louis XV). Deze taxatie zat als kopie in het panddossier Prins Hendrik 144, zo mailde mij Jos Smit, architektuurhistoricus van het Bureau Monumenten & Archeologie (BMA) Amsterdam. De oudste interieurfoto’s in bezit van het BMA dateren uit april 1967 en laten een leeg vlak zien op de enige opname van de schoorsteenboezem.*15)

 

Ik heb nog contact gehad met Baneke Architekten te Amsterdam, in persoon Guus Baneke, die wist dat Jan Baneke sr. In de jaren vijftig beleggingspanden opkocht voor een aantal boerenfamilies die in de IJ-polders onteigend waren voor de aanleg van het westelijk havengebied. Helaas liep het spoor hierna dood.

________________

 

*11) Vriendelijke mededeling dd. 31 maart 2012 van Daan de Clercq.

*12)  GAA toegangsnr. 15005, inv.nr. 10411, collectie Meyer, 1928, p. 347. Vriendelijke mededeling per mail

         dd. 17 oktober 2012 van Richard Harmanni, Amsterdam.

*13)  Vriendelijke mededeling per mail van Jos Smit, architectuurhistoricus bij het Bureau Monumenten & Archeologie

*14)   Door Jos Smit, d.d. 28 maart 2013, gevonden op de historische krantenbank van de Koninklijke Bibliotheek: De Tijd, 15-01-1957, jrg. 112, KB C 236.

*15) . Zie noot 13.

 

 Afb. 5: Taxatierapport 1 december 1956. B. Beckker moet zijn B. Beschey.

 

Destijds woonden Fredrik Nagels en Barbara Maria Hooghart

op dit adres, toen Buitenkant geheten. In 1783 waren zij

10 jaar getrouwd.*16) Zie afb. 6.

 

 

Afb. 6:

Evert Maaskamp. Gezicht op de Buitenkant (nu Prins Hendrikkade) en het IJ, gezien vanaf de

brug naar Kattenburg te Amsterdam, ca. 1810-1813. Onderdeel van een plaatwerk uit ca.

1824-1825 met 74 (ongenummerde) platen van de belangrijkste topografische gezichten en

verschillende zeden en gewoonten in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

Ets, aquatint en gravure, met de hand gekleurd, 201 mm ×  235 mm.            

Rijksmuseum Amsterdam, objectnr. BI-B-FM-116-16,

Het pand Prins Hendrikkade 144 heeft een halsgevel en er zijn op dit werk inderdaad enige     

panden met halsgevels te zien.

------------------------

*16) Google books: huwelyks-zange ter bruilofte van….opgehaald 18-3-2020.

 

Ons’ Lieve Heer op Solder,

Museum Amstelkring, Amsterdam

   Verder was Harmanni ook op de hoogte van het bestaan van een bovendeurstuk in Museum Amstelkring, genaamd: Cherubijnen vereren de Monstrans van het Heilig Sacrament. Opschrift onder: KOM LAET / ONS AENBIDDEN EN / NEDERVALLEN VOOR DEN / HEEREN  (afb. 7).

 

 

 

Afb. 7:

Balthasar Beschey, Cherubijnen vereren de Monstrans van het Heilig Sacrament,

gesigneerd B. Beschey, niet gedateerd, olieverf op doek, 95 x 244 cm. Museum

Amstelkring, Amsterdam.

 

Dit schilderij is wel gesigneerd maar niet gedateerd en kan dus zowel van de Antwerpse als Amsterdamse Beschey zijn.

   In 2009 al zocht ik contact met Robert Schillemans, conservator van Ons’ Lieve Heer op Solder, om advies te vragen over de rekening van Beschey van 91 gulden voor werk aan drie schilderijen en het orgel. Schillemans, die archiefonderzoek deed naar dergelijke rekeningen (schilderijen Begijnhofkerk, Amsterdam), vond dit bedrag te weinig voor het voltooien van compleet nieuw werk maar weer te hoog voor alleen een restauratie.*17)  Het blijft natuurlijk ook in nevelen gehuld wat de Amsterdamse Beschey precies aan werk geleverd heeft. Bij een bezoek aan Ons’ Lieve Heer op Solder vertelde Schillemans ook over de aanwezigheid van het zojuist genoemde bovendeurstuk van B. Beschey in de collectie.

-----------------------

*17) Mail dd.10 juli 2009 van R. Schillemans aan mij gericht, ond. B. Beschey.

Op grond van de gegevens in de Gemeentelijke Archieven van Amsterdam en Diemen neem ik aan

dat dit schilderij ook van de hand van de Amsterdamse Beschey is. (zie de noten *3), *6), *12).

 

De signaturen

   Het ligt natuurlijk voor de hand om de signaturen, alleen op schilderijen, van de Amsterdamse Beschey te vergelijken met die van de Antwerpse. Marianne Hallewaard stelde voor handtekeningen op aktes en documenten buiten dit onderzoekje te laten omdat een signatuur immers wat anders is dan een handtekening en inderdaad verschillen de signatuur en de handtekening aanmerkelijk op afb. 9.*18)

De Amsterdamse Beschey signeert met B. Bescheij en gebruikt meestal een lange en een enkele keer een korte s. Een uitzondering vormt het portret De Clercq/Stockelaar waar hij met zijn volledige naam signeert, wel met korte s.*19)

Het belangrijkste verschil met de signaturen van de Antwerpse  Beschey is dat diens signatuur bestaat uit Balt. Bescheij, uitzonderingen daargelaten, met vaak een korte s.  

Gezien het feit dat er niet echt een lijn valt te trekken in de onderscheiding van de signaturen is  het moeilijk de schilderijen van de Amsterdamse en Antwerpse op grond van signaturen te differentiëren.

Wat ook nog kan meespelen is dat de schrijfwijze ondertussen veranderde. Tenslotte is de Amsterdamse Beschey van een jongere generatie.

 

Samenvattend

   Rond de Amsterdamse Beschey heeft zich zodoende een klein oeuvre gevormd. Zijn bestaan is wel zeker nu, dankzij de (biografische) archiefvondsten van Marianne Hallewaard en mij in de Gemeentelijke archieven van Amsterdam en Diemen. Het schilderij in de r.-k. kerk te Diemen heeft daarbij als pluspunt dat zijn naam in de kerkarchieven genoemd wordt en dat de signatuur op het schilderij overeenkomt met de wijze waarop hij gewoonlijk signeerde.

Het is al bekend dat er meer schilderijen van de hand van de Amsterdamse Beschey bestaan die gedateerd worden na 1776, het jaar waarin de Antwerpe Beschey stierf. Onderzoek hiernaar zal waarschijnlijk nog meer nieuw werk aan het licht brengen, dat voorheen aan de Antwerpse oom werd toegeschreven.

___________

 

*18) Mail dd. 13-2-2012 van Marianne Hallewaard aan mij gericht. Overigens mailde het Amsterdam

    Museum mij in 2012 al een link waarmee wij op de signatuur konden inzoomen (Mail dd. 2-2-2012

   van Joyce Edwards van de fotoafdeling van het Amsterdam Museum aan mij gericht. Met name de B,

    z en s verschillen. Bij de handtekening op de akte is de a vervangen door een l.

*19) Wurzbach, erster Band, 1906, p.93.

 

LIteratuur

- Amsterdam, Amsterdams Historisch Museum, Kopstukken: Amsterdammers geportretteerd

1600  – 1800, tent.cat. 10-10-2002 – 26-1-2003, p. 41-2, N. Middelkoop (red.) e.a., Bussum 2002.

-Diepen, J. van: De wonderlijke geschiedenis van een Diemens orgel van 1765,

“Verlossend telefoontje: “Ik heb jullie orgel gevonden!”  in: Het katholieke hart van Diemen

, p. 95-99, eindredactie  T. ten Dam en W. Krook, Diemen 2010.

-Dijkhuizen, Otto: Krabbendam, Gereformeerde kerk, in:

Orgels in schuren en kerkjes in Noord-Holland, p. 38-43, Apeldoorn 2006.

-Meurs, van Ellen: Diemen in ‘the picture’; kunst uit de periode 1600-1800, in: Historische Kring

Diemen, jrg. 19, 2009-1, p. 5-8.

-Wurzbach, A. von: Niederländischer Künstler-Lexicon, Erster Band, Wien und Leipzig 1906.

 

Afb. 8:

Detail van het bovendeurstuk op afb. 7. ,rechtsonder gesigneerd: B. Beschey (lange s), niet gedateerd.

 

Afb. 9: 

Links een detail van het portret De Clercq/Stockelaar (afb. 4) gesigneerd Balthazar Beschey (met   

een korte s) en rechts de handtekening van de Amsterdamse Beschey  (met lange s) op een

notariële akte gedateerd 2 april  1766, vastgelegd en ondertekend bij notaris Willem Decker Jr.,

 Amsterdam: 5075, 380, 13448 # periode 2-1-1766 tot 23-5-1766. Het betrof hier een akte voor

de afwikkeling van de erfenis van Francisca Theresia van den Eersten, de echtgenote van de

Amsterdamse Beschey, omdat haar vader Caspar van den Eersten was overleden.

 

Afb.  10:  Detail van het schilderij in de r.-k. kerk te Diemen, afb. 1, met de signatuur B. Beschey

(met lange s) en datering 1774 die bij  de restauratie in de zomer van 2012 tevoorschijn kwamen,

nadat de vuile vernislaag op de zijkant van het kistje, links op de voorgrond, was verwijderd.

 

 

 

Vereeniging

Historische Kring Diemen

Opgericht 16 maart 1991